"Heer, naar wie zouden we gaan? Gij hebt woorden van eeuwig leven."; Johannes 6,68



Vul Uw e-mail in


Bevestig Uw e-mail

















 

TWEE-EN-TWINTIGSTE ZONDAG DOOR HET JAAR - Jaar C

Feest van de Kerk : 22e week door het jaar

Heiligen van de dag : H. Augustinus van Hippo, bisschop en kerkleraar (gedachtenis),  H. Hermes en gezellen van Rome (gedachtenis)

Lezingen van de dag

Overweging bij de lezing van vandaag : H. Gregorius van Nazianze
“Als je een feestmaal geeft, nodig dan de armen uit”

Uit het heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas 14,1.7-14.
Toen Jezus op een sabbat het huis van een van de voornaamste Farizeeën binnenging
om de maaltijd te gebruiken, hielden zij Hem voortdu­rend in het oog.
Daar Hij opmerkte, hoe de genodigden de voornaamste plaatsen aan tafel uitzochten, hield Hij hun de volgende gelijkenis voor:
Wanneer gij door iemand op een bruiloft wordt genodigd, ga dan niet aanliggen op de voornaamste plaats.
Het zou kunnen zijn, dat er door hem iemand is uitgenodigd die voornamer is dan gij,
en dat degene die u en hem genodigd heeft u komt zeggen: Sta uw plaats aan hem af.
Dan zoudt ge vol schaamte de minste plaats moeten innemen.
Maar ga, wanneer ge ergens genodigd wordt, op de minste plaats aanliggen.
Als degene die u heeft uitgenodigd dan komt, zal hij u zeggen: Vriend, ga wat hoger op.
Zo zal u een eer te beurt vallen in het oog van allen die met u aanliggen.
Want al wie zichzelf verheft zal vernederd, en wie zichzelf vernedert, zal verheven worden.'
Hij zei ook nog, nu tot zijn gastheer: 'Wanneer gij een middag ‑ of een avondmaal geeft,
nodig dan niet uw vrienden, broers en bloedverwan­ten uit en ook geen rijke buren.
Het zou kunnen zijn, dat zij op hun beurt u uitnodigen en gij het dus terugkrijgt.
Maar als ge een gastmaal geeft, nodig armen, gebrekki­gen, kreupelen en blinden uit.
Gelukkig zult ge zijn, omdat zij het u niet kunnen vergelden.
Het zal u vergolden worden bij de opstanding van de rechtvaardi­gen.'


 
©Evangelizo.org 2001-2016