Vrijdag in week 26 door het jaar
Uit profeet Baruch 1,15-22.
onze koningen en edelen, onze priesters en profeten en onze voorvaderen staan nu vol schaamte voor Hem:
wij hebben gezondigd tegen de Heer onze God.
Ongehoorzaam waren wij; wij hebben niet naar Hem geluisterd en niet geleefd volgens zijn voorschriften.
Vanaf de tijd dat de Heer onze God onze voorouders uit Egypte leidde tot vandaag toe waren wij Hem ongehoorzaam; in onze lichtzinnigheid hebben wij niet naar Hem geluisterd.
Zo hebben ons tot op heden de rampen en de vervloekingen getroffen, die de Heer zijn dienaar Mozes bij de uittocht van onze voorouders uit Egypte naar het land van melk en honing liet afkondigen.
Wij hebben niet geluisterd naar de woorden van de profeten die de Heer onze God ons zond.
Wij gingen hardnekkig onze eigen weg, dienden andere goden en deden wat de Heer onze God mishaagt.
Psalmen 79(78),1-2.3-5.8.9.
zij hebben uw heilige tempel ontwijd
en maakten uw stad tot een puinhoop.
Uw dienaren hebben zij omgebracht,
hun lijken liggen als aas voor de vogels,
de wilde dieren eten hun vlees.
Als water vloeide hun bloed van de muren
en niemand was er die hen begroef.
Wij wekken de spotlust van onze buren,
die rondom ons wonen smalen op ons.
Hoelang nog, Heer, blijft Gij eeuwig verbolgen
en laat Gij uw gramschap branden als vuur?
Laat ons niet boeten voor vroegere zonden,
kom met uw barmhartigheid ons tegemoet,
want wij zijn maar zwakke mensen.
Ach help ons, God van ons heil, om uw Naam,
bevrijd ons, vergeef onze zonden,
laat niemand zeggen: waar is nu hun God?
Uit het heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas 10,13-16.
zich bekeerd hebben, indien bij hen de wonderen waren gebeurd, die bij u hebben plaats gevonden.
Ja, het lot van Tyrus en Sidon zal bij het oordeel beter te dragen zijn dan dat van u.
En gij, Kafarnaum, zult ge soms tot de hemel toe verheven worden? Tot in de onderwereld zult ge neerzinken.
Wie naar u luistert, luistert naar Mij; en wie u verstoot, verstoot Mij. Wie Mij verstoot, verstoot Hem die Mij gezonden heeft.'
"Wie u hoort, hoort Mij, en wie u versmaadt, versmaadt Mij"
Zoals de adem van de mens van het hoofd naar de ledematen afdaalt om ze te verlevendigen, zo komt de Heilige Geest naar de christenen door Christus. Christus is het hoofd, de christenen zijn de ledematen. Er is één hoofd en meerdere ledematen, een lichaam bestaat uit hoofd en ledematen, en in dat ene lichaam één unieke Geest die in het hoofd in volheid aanwezig is en de ledematen worden er in betrokken. Als er dus één lichaam is, is er ook slechts één Geest. Wie niet in het lichaam is, kan niet bezield worden door de Geest, zoals in de Schrift geschreven staat: "Degene die niet de Geest van Christus heeft, behoort Hem niet toe en is niet van Christus" ( Rom 8,9). Want degene die niet de Geest van Christus heeft, is geen ledemaat van Christus. Niets van wat deel uitmaakt van het lichaam, is dood; niets dat van het lichaam gescheiden is, is levend. Door het geloof worden we ledematen; door de liefde worden we levend. Door het geloof ontvangen we de eenheid, door de liefde ontvangen we het leven. Het sacrament van de doop verenigt ons; het Lichaam en het Bloed van Christus verlevendigen ons. Door de doop worden we ledematen van het lichaam; door het Lichaam van Christus, hebben we deel aan zijn leven.
Hugo van Sint-Victor (?-1141)
regulier kanunnik, theoloog