"Heer, naar wie zouden we gaan? Gij hebt woorden van eeuwig leven."; Johannes 6,68






























 

Donderdag in week 27 door het jaar
Overweging bij de lezing van vandaag
Simeon de Nieuwe Theoloog (ca 949-1022), Griekse monnik
Hymnen, nr. 29

"Hoeveel te meer zal dan de hemelse Vader de Heilige Geest geven aan wie tot Hem bidden"

Waar komt U vandaan? Hoe komt U binnen,
ik bedoel : binnen in mijn cel,
die toch aan alle kanten gesloten is?
Dat is immers vreemd,
overstijgt woord en gedachte.
Maar dat U in mij komt,
plotseling en helemaal
en dat U straalt,
dat U zich laat zien in schittering,
zoals de maan in zijn volle licht,
dat ontneemt me mijn gedachte
en mijn stem, mijn God!
Ook al weet ik al te goed
dat U degene bent die gekomen is,
om “hen te verlichten die in schaduw gezeten zijn” (Lc 1,79),
toch ben ik met stomheid geslagen,
wordt ik beroofd van zinnen en woorden,
bij het zien van zo’n vreemd wonder,
dat al het geschapene overstijgt,
alle natuur en alle woorden...

Hoe bevindt God zich,
door zijn essentie en zijn natuur,
door zijn macht en zijn heerlijkheid,
buiten het universum,
maar hoe woont Hij tegelijkertijd overal en in allen,
en op bijzondere wijze in de heiligen?
Hoe bivakkeert hij in hen,
bewust en stoffelijk,
Hij, die voorbij iedere stoffelijkheid is?
Hoe wordt Hij in hun schoot gedragen,
Hij, die de hele schepping bevat?
Hoe straalt Hij in hun hart,
hun dikke en vlezige hart?
Hoe is Hij hier vanbinnen,
hoe is Hij ook buiten alles,
en is Hij het zelf die alle dingen vervult?
Hoe straalt Hij dag en nacht
zonder gezien te worden?

Zeg me, zal de geest van de mens
al deze mysteriën ooit begrijpen
of voor u uit kunnen drukken?
Zeker niet! Een engel, noch een aartsengel
zou het u uit kunnen leggen;
zij zouden er niet toe in staat zijn
om het u met woorden te beschrijven.
Want het is Gods Geest die, omdat Hij goddelijk is,
als enige deze mysteriën kent,
en Hij kent ze omdat alleen Hij
de natuur, de troon en de eeuwigheid deelt
met de Zoon en de Vader.
Het is dus aan hen, voor wie deze Geest zal stralen
en met wie hij zich gul zal verbinden,
dat hij alles op onuitsprekelijke wijze toont...
Het is als met een blinde: als hij ziet,
dan ziet hij allereerst licht
en vervolgens de gehele schepping
die in dat licht is, oh wat een wonder!
Evenzo, zal degene die door de Heilige Geest
in zijn ziel verlicht is,
onmiddellijk één worden met het licht
en dat licht aanschouwen,
het licht van God, waarlijk God,
dat hem alles toont,
of liever, alles waartoe God besluit,
alles wat hij verlangt en wat hij wil.
Aan hen die Hij met zijn licht zal verlichten,
vertrouwt Hij toe om datgene te zien
wat zich in het goddelijk licht bevindt.



 
©Evangelizo.org 2001-2017