"Heer, naar wie zouden we gaan? Gij hebt woorden van eeuwig leven."; Johannes 6,68



Vul Uw e-mail in


Bevestig Uw e-mail

















 

Woensdag in week 19 door het jaar

Uit het boek Deuteronomium 34,1-12.
In die dagen verliet Mozes de vlakte van Moab en hij beklom de Nebo,
een van de toppen van de Pisga, tegenover Jericho.
Daar liet de Heer hem het hele land zien: het hele gebied van Gilead tot aan Dan,
Naftali, het gebied van EfraĂŻm en Manasse, heel Juda tot aan de zee in het westen,
de Negev, de Jordaanvallei en de vlakte bij de palmstad Jericho, tot aan Soar.
De Heer zei tegen hem: ‘Dit is het land waarvan Ik aan Abraham, Isaak en Jakob
onder ede heb beloofd dat ik het aan hun nakomelingen zou geven.
Ik laat het je nu zien, maar erheen oversteken zul je niet.
Zo stierf Mozes, de dienaar van de Heer, daar in Moab, zoals de Heer gezegd had.
En de Heer begroef hem in een vallei in Moab, tegenover Bet-Peor.
Tot op de dag van vandaag weet niemand waar zijn graf is.
Honderdtwintig jaar oud was Mozes toen hij stierf. Tot het laatst toe
waren zijn krachten niet afgenomen en zijn ogen niet verzwakt.
De Israëlieten, die in de vlakte van Moab bijeen waren,
treurden om Mozes’ dood tot de dertig dagen van rouw voorbij waren.
Ze luisterden naar Jozua, de zoon van Nun, omdat hij vervuld was
met de geest van wijsheid sinds Mozes hem de handen had opgelegd.
Daarmee deden de Israëlieten wat de Heer tegen Mozes had gezegd.
Nooit meer heeft Israël een profeet gekend als Mozes, met wie de Heer zo vertrouwelijk omging.
Door zijn toedoen heeft de Heer in Egypte tekenen en wonderen laten zien
aan de farao en zijn onderdanen, aan heel zijn land.
Van alles wat Mozes’ krachtige hand verrichtte en van de daden
waarmee hij alom ontzag inboezemde, is heel Israël getuige geweest.

Psalmen 66(65),1-3a.5.8.16-17.
Jubelt voor God, alle landen der aarde,
bezingt de heerlijkheid van zijn Naam.
Brengt Hem uw hulde en zegt tot uw God:
verbijsterend zijn al uw daden.

Komt en aanschouwt wat God heeft verricht,
ontstellende daden onder de mensen.
Prijst, alle volken, nu onze God,
verkondigt de faam van zijn daden

Komt dan, godvrezenden, luistert naar mij,
ik zal u verhalen wat Hij mij gedaan heeft.
Hem heeft mijn mond steeds om hulp gevraagd,
mijn tong heeft Hem altijd geprezen.


Uit het heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens MatteĂŒs 18,15-20.
In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen: Wanneer uw broeder gezon­digd heeft, wijs hem dan onder vier ogen terecht. Luistert hij naar u, dan hebt gij uw broeder gewonnen.
Maar luistert hij niet, haal er dan nog een of twee personen bij, opdat alles beruste op de verklaring van twee of drie getuigen.
Als hij naar hen niet wil luisteren, leg het dan voor aan de Kerk. Wil hij ook naar de Kerk niet luisteren, beschouw hem dan als een heiden of tollenaar.
Voorwaar, Ik zeg u: wat gij zult binden op aarde zal ook in de hemel gebonden zijn, en wat gij zult ontbinden op aarde zal ook in de hemel ontbonden zijn.
Even­eens zeg ik u: wanneer twee van u eensgezind op aarde iets vragen ‑ het moge zijn van het wil ‑ zullen zij het verkrijgen van mijn Vader die in de hemel is.
Want waar er twee of drie verenigd zijn in mijn Naam, daar ben Ik in hun midden.'



Bron : Petrus Canisius bijbelvertaling & vernieuwingen




Overweging bij de lezing van vandaag : H. EfraĂŻm
“Daar ben Ik in hun midden”



 
©Evangelizo.org 2001-2017