"Heer, naar wie zouden we gaan? Gij hebt woorden van eeuwig leven."; Johannes 6,68






























 

Maandag in week 29 door het jaar

Uit de brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Rome 4,20-25.
Broeders en zusters, Abraham twijfelde geen ogenblik aan Gods belofte.
Integen­deel, hij heeft God geëerd door de kracht van zijn geloof,
door zijn vaste overtuiging dat Hij bij machte is te volvoeren wat Hij heeft toegezegd.
Daarom werd het hem als gerechtigheid aangerekend.
Deze woorden werden niet alleen neergeschreven om zijnentwil.
maar ook om ons, wie het geloven eveneens zal worden aangere­kend,
daar wij geloven in Hem die Jezus onze Heer van de doden heeft opgewekt:
Jezus die is overgeleverd om onze misslagen en opgewekt om onze rechtvaardiging.

Uit het heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas 1,69-70.71-72.73-75.
Een Redder heeft Hij voor verwekt
in het geslacht van David, zijn dienaar,
Zoals Hij reeds van oudsher had verklaard
bij monde van zijn heilige profeten.

Verlossing uit de macht van onze vijanden
en uit de hand van allen die ons haten.
Zo zal Hij onze vaderen barmhartig zijn,
zijn heilige verbond gestand doen;

De eed aan onze vader Abraham gezworen
ons eenmaal te verlenen:
Om aan de greep van vijanden ontrukt
Hem zonder vrees te dienen;
In vroomheid en gerechtigheid
al onze dagen voor zijn aanschijn.



Uit het heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas 12,13-21.
In die tijd zei iemand uit het volk tegen Jezus: 'Meester, zeg aan mijn broer, dat hij de erfenis met mij deelt.'
Maar Jezus antwoordde hem: 'Man, wie heeft Mij over u beiden tot rechter of bemiddelaar aange­steld?'
En Hij sprak tot hem: 'Pas op en wacht u voor alle hebzucht! Want geen enkel bezit, al is dit nog zo overvloedig, kan uw leven veilig stellen.'
Hij vertelde hun de volgende gelijkenis: 'Het land van een rijk man had een grote oogst op geleverd.
Daarom overlegde deze bij zichzelf: Wat moet ik doen? Ik heb geen ruimte om mijn oogst te bergen.
En hij zei: Dit ga ik doen: ik breek mijn schuren af en bouw grotere: daarin zal ik dan heel mijn rijkdom aan koren bergen.
Dan zal ik tot mij zelf zeggen: Man, je hebt een grote rijkdom liggen, voor lange jaren, rust nu uit eet en drink en geniet ervan!
Maar God sprak tot hem: Dwaas! Nog deze nacht komt men je leven van je opeisen;
en al die voorzieningen die je getroffen hebt, voor wie zijn die dan?
Zo gaat het met iemand die schatten vergaart voor zichzelf, maar niet rijk is bij God.'



Bron : Petrus Canisius bijbelvertaling & vernieuwingen




Overweging bij de lezing van vandaag : Vaticaans Concilie II
Schatten voor zichzelf verzamelen of rijk zijn voor God



 
©Evangelizo.org 2001-2017