"Heer, naar wie zouden we gaan? Gij hebt woorden van eeuwig leven."; Johannes 6,68



Vul Uw e-mail in


Bevestig Uw e-mail

















 

Zaterdag in week 4 door het jaar

Uit de brief aan de Hebreeën 13,15-17.20-21.
Broeders en zusters, laten we met Jezus’ tussenkomst een ononderbroken dankoffer brengen aan God:
het huldebetoon van lippen die zijn naam prijzen.
En houd de liefdadigheid en de onderlinge solidariteit in ere, want dat zijn offers waarin God behagen schept.
Gehoorzaam uw leiders en schik u naar hen, want zij waken over uw leven
en zullen daarvan ook rekenschap moeten afleggen. Zorg ervoor dat zij hun taak
met vreugde kunnen vervullen, zodat ze geen reden tot klagen hebben:
dat zou u zeker niet ten goede komen.
Moge de God van de vrede, die onze Heer Jezus, de machtige herder van de schapen,
door het bloed van het eeuwig verbond uit de wereld van de doden heeft weggeleid,
u toerusten met al het goede, zodat u zijn wil kunt doen. Moge hij in ons datgene tot stand brengen
wat hem welgevallig is, door Jezus Christus, aan wie de eer toekomt, tot in alle eeuwigheid. Amen.

Psalmen 23(22),1-3a.3b-4.5.6.
De Heer is mijn herder, niets kom ik tekort;
Hij laat mij weiden op groene velden.

Hij brengt mij aan water, waar ik kan rusten,
Hij geeft mij weer frisse moed.

Mijn schreden leidt Hij langs rechte paden,
omwille van zijn Naam.

Al voert mijn weg door donkere kloven,
ik vrees geen onheil waar Gij mij leidt.

Uw stok en uw herdersstaf,
geven mij moed en vertrouwen.

Gij nodigt mij aan tafel
tot ergernis van mijn bestrijders.

Met olie zalft Gij mijn hoofd,
mijn beker is overvol.

Voorspoed en zegen verlaten mij nooit
elke dag van mijn leven.

Het huis van de Heer zal mijn woning zijn
voor alle komende tijden.



Uit het heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Marcus 6,30-34.
In die tijd voegde de apostelen zich weer bij Jezus, en brachten Hem verslag uit over alles wat zij gedaan en onderwezen hadden.
Daarop sprak hij tot hen: 'Komt nu eens zelf mee naar een eenzame plaats om alleen te zijn en rust daar wat uit.' Want wegens de talrijke gaande en komende mensen hadden zij zelfs geen tijd om te eten.
Zij vertrokken dus in de boot naar een eenzame plaats om alleen te zijn.
Maar velen zagen hen gaan en begrepen waar Hij heenging; uit al de steden kwamen mensen te voet daarheen en waren er nog eerder dan zij.
Toen Jezus aan land ging, zag Hij dan ook een grote menigte. Hij voelde medelijden met hen, want zij waren als schapen zonder herder, en Hij begon hen uitvoerig te onderrichten.



Bron : Petrus Canisius bijbelvertaling & vernieuwingen




Overweging bij de lezing van vandaag : Origines
"Hij voelde medelijden met hen"



 
©Evangelizo.org 2001-2017