"Heer, naar wie zouden we gaan? Gij hebt woorden van eeuwig leven."; Johannes 6,68



Vul Uw e-mail in


Bevestig Uw e-mail

















 

H. Barnabas, apostel, gedachtenis

Uit de Handelingen der apostelen 11,21b-26.13,1-3.
In die dagen kwamen zeer velen tot het geloof en bekeerden zich tot de Heer.
Het gerucht over hun optre­den kwam ook de Kerk van Jeruzalem ter ore en men vaardigde Barnabas af naar Antiochië.
Toen deze daar aankwam en Gods genade zag, verheugde hij zich en wekte allen op met hart en ziel de Heer trouw te blijven.
Hij was een goed man, vol van heilige Geest en geloof. Veel mensen werden voor de Heer gewonnen.
Daarop vertrok hij naar Tarsus om Saulus te gaan zoeken.
Toen hij hem gevonden had, bracht hij hem naar Antiochië. Een vol jaar namen zij deel aan de bijeenkomsten in die gemeente
en gaven onderricht aan een grote menigte. Het was in Antiochië dat de leerlingen voor het eerst christenen werden genoemd.
In de gemeente van Antiochië waren er profeten en leraren: Barnabas, Simon die Niger genoemd werd,
Lucius uit Cyrene, Manaen, jeugdvriend van viervorst Herodes, en Saulus.
Terwijl ze eens voor de Heer de heilige dienst verrichtten en vastten, sprak de heilige Geest:
'Zonder Mij Barnabas en Saulus af voor het werk, waartoe Ik hen heb geroepen.'
Na vasten en gebed legden ze hun toen de handen op en lieten hen vertrekken.

Psalmen 98(97),1.2-3ab.3c-4.5-6.
Zingt voor de Heer een nieuw gezang,
omdat Hij wonderen deed.
Zijn hand deed zich krachtig gelden,
de macht van zijn heilige arm.

Zijn weldaden deed Hij ons kennen,
de volkeren zijn gerechtigheid.
Opnieuw bleek zijn goedheid en trouw,
ten gunste van Israëls huis.

Geheel de aarde aanschouwde,
Verheerlijkt de Heer, alle landen,
weest blij, verheugt u en zingt.
Zingt voor de Heer bij de citer,

met citer en psalterspel.
Laat schallen trompet en bazuin
en danst voor de Heer, uw Koning!


Uit het heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs 10,7-13.
In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen: Verkon­digt op uw tocht:
Het Koninkrijk der hemelen is nabij.
Geneest zieken, wekt doden op, reinigt melaatsen en drijft duivels uit.
Voor niets hebt gij ontvan­gen, voor niets moet gij geven.
Tracht dus geen goud, zilver of koper te verwerven om er uw gordels mee te vullen.
Verschaft u ook geen reiszak voor onderweg, geen tweede onderkleed,
geen schoeisel of stok, want de arbeider is zijn onderhoud waard.
Als gij in een stad of in een dorp komt, onderzoekt dan wie waard is u te ontvangen,
en verblijft daar tot gij weer vertrekt.
Wanneer ge dat huis binnentreedt, brengt het uw vrede­groet;
en wanneer het die waard is, moge uw vrede over dat huis komen,
maar wanneer het die niet waard is, dan kere uw vrede tot u terug.



Bron : Petrus Canisius bijbelvertaling & vernieuwingen




Overweging bij de lezing van vandaag : Vaticaans Concilie II
"Om niet hebt u ontvangen; geef om niet"



 
©Evangelizo.org 2001-2017