"Heer, naar wie zouden we gaan? Gij hebt woorden van eeuwig leven."; Johannes 6,68






























 

Vrijdag in week 27 door het jaar

Uit profeet Joël 1,13-15.2,1-2.
Omgord u met rouw priesters, schreeuw het uit, dienaren van het altaar,
breng de nacht door met klagen, dienaren van mijn God,
want offers van graan en wijn zijn Gods tempel ontzegd.
Kondig een vastentijd af en roep op tot een plechtige samenkomst,
verzamel de oudsten en alle inwoners van het land in de tempel van de Heer,
jullie God, en roep luid tot de Heer!
O angstwekkende dag! Nabij is de dag van de Heer, de dag van ondergang
die komt van de Ontzagwekkende!
1Blaas de ramshoorn op de Sion, blaas alarm op mijn heilige berg;
laat alle inwoners van het land beven van ontzetting: de dag van de Heer komt! Hij is nabij!
Het is een dag van duisternis en donkerheid, een dag van dreigende, donkere wolken.
Als het morgenlicht over de bergen, zo nadert een groot en machtig volk,
zoals er nooit tevoren is geweest of ooit nog zal zijn tot in het verste nageslacht.

Psalmen 9(9A),2-3.6.16.8-9.
U wil ik danken, Heer, uit heel mijn hart,
en al uw wonderen verhalen.
Verheugd en opgetogen over wat Gij doet
wil ik uw Naam bezingen, Allerhoogste,

De heidenen hebt Gij bedreigd,
de zondaars neergeslagen,
hun naam hebt Gij voor eeuwig uitgewist.
De volken verdwijnen in de kuil die zij groeven,

hun voet raakt verstrikt in het net dat zij heimelijk spanden.
Zo vergaat het hun! Maar de Heer zetelt voor eeuwig,
zijn rechterstoel staat onwrikbaar vast.
Hij bestuurt de wereld naar recht en wet,

alle volken berecht hij eerlijk

Uit het heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas 11,15-26.
Toen Jezus eens een duivel had uitgedreven zeiden enkelen: 'Door Beëlzebul, de vorst der duivels, drijft Hij de duivels uit.'
Anderen, om Hem op de proef te stellen, verlangen van Hem een teken uit de hemel.
Maar Hij kende hun gedachten en sprak tot hen: 'Elk rijk dat innerlijk verdeeld is, vervalt tot een woeste­nij, het ene huis valt op het andere.
Als nu ook de satan met zichzelf in strijd is, hoe kan zijn rijk dan standhouden? Ge zegt immers, dat ik door Beelzebul de duivels uitdrijf.
Als Ik door Beëlzebul de duivels uitdrijf, door wie drijven uw zonen ze dan uit? Daarom zullen zij uw rechters zijn.
Maar als ik door de vinger Gods de duivels uitdrijf, dan is inderdaad het Rijk Gods tot u gekomen.
Wanneer een sterke, welbewapend, zijn huis en hof bewaakt, is zijn bezit veilig.
Komt er echter iemand die sterker is dan hij en die hem overwint, dan rooft deze zijn volle uitrusting, waarop hij zijn vertrouwen stelde, en verdeelt wat hij bezit als buit.
Wie niet met Mij is, is tegen Mij, en wie niet met Mij bijeenbrengt, drijft uiteen.
Wanneer de onreine geest een mens verlaat, gaat hij rondzwerven in dorre streken op zoek naar rust. Vindt hij die niet, dan zegt hij: Ik keer terug naar mijn huis, dat ik verlaten heb.
Bij zijn komst vind hij het schoonge­maakt en op orde.
Dan gaat hij zeven andere geesten erbij halen, nog slechter dan hijzelf; ze trekken erin en gaan daar wonen. Het laatste is voor die mens nog erger dan het eerste.'



Bron : Petrus Canisius bijbelvertaling & vernieuwingen




Overweging bij de lezing van vandaag : H. [Padre] Pio de Pietrelcina
De plaats van de geestelijke strijd



 
©Evangelizo.org 2001-2017