"Heer, naar wie zouden we gaan? Gij hebt woorden van eeuwig leven."; Johannes 6,68



Vul Uw e-mail in


Bevestig Uw e-mail

















 

Zaterdag in week 18 door het jaar

Uit het boek Deuteronomium 6,4-13.
In die dagen zei Mozes tot het volk: Luister, Israël: de Heer, onze God, de Heer is de enige!
Heb daarom de Heer lief met hart en ziel en met inzet van al uw krachten.
Houd de geboden die Ik u vandaag opleg steeds in gedachten.
Prent ze uw kinderen in en spreek er steeds over,
thuis en onderweg, als u naar bed gaat en als u opstaat.
Draag ze als een teken om uw arm en als een band op uw voorhoofd.
Schrijf ze op de deurposten van uw huis en op de poorten van de stad
Straks brengt de Heer, uw God, u naar het land dat hij u zal geven,
zoals hij uw voorouders Abraham, Isaak en Jakob onder ede heeft beloofd.
U krijgt daar grote, mooie steden, die u niet zelf hebt gebouwd,
huizen vol voorraden, die u niet hebt aangelegd, regenputten, die u niet hebt uitgehouwen,
en wijnstokken en olijfbomen, die u niet hebt geplant. Als u daar in overvloed leeft,
zorg er dan voor dat u de Heer niet vergeet, die u uit de slavernij in Egypte heeft bevrijd.
Heb alleen ontzag voor de Heer, uw God, dien Hem en zweer alleen bij zijn naam.

Psalmen 18(17),2-3a.3bc-4.47.51ab.
Heer, U heb ik lief, mijn sterkte zijt Gij,
mijn toevlucht, mijn burcht, mijn bevrijder.

Mijn God, de rots waar ik toevlucht vind.
Mijn schild, mijn behoud, mijn bescherming.

Wanneer ik de Heer aanroep, Hij zij geprezen,
dan doet geen vijand mij kwaad.

De Heer zij geprezen, gezegend mijn rots;
verheerlijkt zij God, mijn verlosser.

Want Gij hebt uw koning de zegen geschonken,
en genade bewezen aan zijn gezalfde.



Uit het heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs 17,14-20.
Toen zij bij het volk gekomen waren, kwam een man naar Hem toe, wierp zich op de knieen voor Hem neer
en sprak: 'Heer, ontferm U over mijn zoon, want hij lijdt aan vallende ziekte en is er slecht aan toe. Dikwijls valt hij in het vuur en in het water.
Ik heb hem bij uw leerlingen gebracht, maar die waren niet bij machte hem te genezen.'
Jezus gaf ten antwoord: 'O, ongelovig en verworden geslacht, hoelang nog moet Ik bij u zijn, hoelang nog u verdragen? Brengt hem hier bij Mij.'
En onder de dwang van Jezus'‘‘‘ woord ging de boze geest uit hem weg; op datzelfde ogenblik was de jongen genezen.
Toen de leerlingen met Jezus alleen waren, vroegen zij Hem: 'Waarom hebben wij hem niet uit kunnen drijven?'
Jezus zei hun: 'Voorwaar, Ik zeg u: wanneer gij een geloof bezit, ook al is dit klein als een mosterdzaad­je, dan kunt ge tot deze berg zeggen: verplaats u van hier naar daar, en hij zal zich verplaatsen. Niets zal u onmoge­lijk zijn.'



Bron : Petrus Canisius bijbelvertaling & vernieuwingen




Overweging bij de lezing van vandaag : H. Thomas More
"Ik geloof, kom mijn ongeloof te hulp" (Mc 9,24)



 
©Evangelizo.org 2001-2017