"Heer, naar wie zouden we gaan? Gij hebt woorden van eeuwig leven."; Johannes 6,68



Vul Uw e-mail in


Bevestig Uw e-mail

















 
Zaterdag, 14 Januari 2017
Zaterdag in week 1 door het jaar



Uit de brief aan de Hebreeën 4,12-16.
Broeders en zuster, het woord van God is levend en krachtig.
Het is scherper dan een tweesnijdend zwaard:
het dringt diep door tot waar ziel en geest, been en merg elkaar raken,
en het is in staat de opvattingen en gedachten van het hart te ontleden.
Niets van wat geschapen is blijft voor hem verborgen, alles is onverhuld
en volkomen zichtbaar voor de ogen van hem aan wie wij rekenschap moeten afleggen.
Nu wij een hooggeplaatste hogepriester hebben die de hemel is doorgegaan,
Jezus, de Zoon van God, moeten we vasthouden aan het geloof dat we belijden.
Want de hogepriester die wij hebben is er een die met onze zwakheden kan meevoelen,
juist omdat Hij, net als wij, in elk opzicht op de proef is gesteld,
met dit verschil dat Hij niet vervallen is tot zonde.
Laten we dus zonder schroom naderen tot de troon van de Genadige,
waar we telkens als we hulp nodig hebben barmhartigheid en genade vinden.


Psalmen 19(18),8.9.10.15.
De wet van de Heer is volmaakt:
levenskracht voor de mens.

De richtlijn van de Heer is betrouwbaar:
wijsheid voor de eenvoudige.

De bevelen van de Heer zijn eenduidig:
vreugde voor het hart.

Het gebod van de Heer is helder:
licht voor de ogen.

Het ontzag voor de Heer is zuiver,
houdt stand, voor altijd.

De voorschriften van de Heer zijn waarachtig,
rechtvaardig, geheel en al.

Laat al mijn spreken en denken
voor U aanvaardbaar zijn, Heer,
voor U, mijn rots en verlosser.




Uit het heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Marcus 2,13-17.
Eens ging Jezus naar de oever van het meer. Al het volk kwam naar Hem toe en Hij onderrichtte hen.
In het voorbijgaan zag Hij Levi, de zoon van Alfeüs, aan het tolhuis zitten en sprak tot hem: 'Volg Mij.' De man stond op en volgde Hem.
Terwijl Jezus eens in diens woning te gast was, lag met Hem en zijn leerlingen
ook een groot aantal tollenaars en zondaars aan, want er waren er velen die Hem volgden.
De farizeese schriftgeleerden die zagen dat Hij at met zondaars en tollenaars,
zeiden tot zijn leerlingen: 'Hoe kan Hij eten en drinken met tollenaars en zondaars?'
Jezus hoorde dit en antwoordde hun: 'Niet de gezonden hebben een dokter nodig,
maar de zieken. Ik ben niet gekomen om rechtvaardigen te roepen, maar zondaars.'






 
©Evangelizo.org 2001-2017