"Heer, naar wie zouden we gaan? Gij hebt woorden van eeuwig leven."; Johannes 6,68



Vul Uw e-mail in


Bevestig Uw e-mail

















 
Woensdag, 18 Januari 2017
Woensdag in week 2 door het jaar



Uit de brief aan de Hebreeën 7,1-3.15-17.
Broeders en zusters, Melchisedek is koning van Salem en priester van de allerhoogste God, ging Abraham tegemoet
toen deze terugkeerde van zijn overwinning op de koningen, en zegende hem,
waarna Abraham hem een tiende van alle buit gaf. Zijn naam betekent ‘koning van de gerechtigheid’,
en verder is hij ook koning van Salem, dat is ‘koning van de vrede’.
Hij heeft geen vader of moeder, geen stamboom, geen oorsprong of levenseinde en lijkt op de Zoon van God – hij is priester voor altijd.
Nog duidelijker wordt het als we ons realiseren dat deze nieuwe priester, het evenbeeld van Melchisedek,
geen priester geworden is op grond van de in de wet vereiste menselijke afstamming, maar door de kracht van zijn onvergankelijk leven.
Over hem wordt immers verklaard: ‘Jij zult voor eeuwig priester zijn, zoals ook Melchisedek dat was.’


Psalmen 110(109),1.2.3.4.
De Heer sprak tot mijn Heer: zit aan mijn rechterhand,
Ik leg uw vijanden als voetbank voor uw voeten.’

Uit Sion reikt de Heer u de scepter van uw macht,
regeer te midden van uw tegenstanders.

Uw volk staat om U heen in blanke wapenrusting,
de jongen mannen op het veld als morgendauw.

Gezworen heeft de Heer, het zal Hem niet berouwen:
Gij zijt voor eeuwig priester als Melchisédek.




Uit het heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Marcus 3,1-6.
In die tijd ging Jezus naar de synago­ge waar een man aanwezig was met een verschrompelde hand.
Zij hielden Hem in het oog of Hij hem op sabbat zou genezen, met de bedoeling Hem daarvan te beschuldi­gen.
Hij zei nu tot de man met de verschrompelde hand: 'Kom in het midden staan.'
Daarop stelde Hij hun de vraag: 'Mag men op sabbat goed doen of kwaad, iemand redden of doden?' Maar zij zwegen.
Toen liet Hij toornig, maar tegelijkertijd bedroefd om de verstoktheid van hun hart, zijn blik rondgaan
en zei tot de man: 'Steekt uw hand uit.' Hij stak zijn hand uit en deze was weer gezond.
En de Farizeeën gingen naar buiten en aanstonds smeedden zij met de Herodianen plannen om Hem uit de weg te ruimen.






 
©Evangelizo.org 2001-2017