"Heer, naar wie zouden we gaan? Gij hebt woorden van eeuwig leven."; Johannes 6,68






























 
Maandag, 23 Januari 2017
Maandag in week 3 door het jaar



Uit de brief aan de Hebreeën 9,15.24-28.
Broeders en zusters, Christus is de bemiddelaar van een nieuw verbond; Hij is immers gestorven
om ons te verlossen van de overtredingen tegen het eerste verbond.
Nu kunnen allen die geroepen zijn het beloofde eeuwige erfdeel ontvangen.
Christus is immers niet binnengegaan in een heiligdom dat door mensenhanden is gemaakt,
in de voorafbeelding van het hemelse heiligdom, maar in de hemel zelf, waar Hij nu bij God voor ons pleit.
Hij brengt daar niet telkens opnieuw het offer van zijn leven; hij is dus niet te vergelijken met de hogepriester
die elk jaar het heiligdom binnengaat, en dat met bloed dat niet het zijne is,
want dan zou Hij sinds de grondvesting van de wereld telkens opnieuw hebben moeten lijden.
Nee, hij heeft zich bij de voltooiing van de tijden eenmaal geopenbaard, om met zijn offer de zonde teniet te doen.
Eens moeten mensen sterven en daarna volgt het oordeel.
Net zo zeker is het dat Christus, die eenmaal is geofferd om de zonden van velen te dragen,
voor een tweede maal zal verschijnen om te redden wie hem verwachten, maar dan gaat het niet meer om de zonde.


Psalmen 98(97),1.2-3ab.3cd-4.5-6.
Zingt voor de Heer een nieuw gezang,
omdat Hij wonderen deed.
Zijn hand deed zich krachtig gelden,
de macht van zijn heilige arm.

Zijn weldaden deed Hij ons kennen,
de volkeren zijn gerechtigheid.
Opnieuw bleek zijn goedheid en trouw,
ten gunste van Israëls huis.

Geheel de aarde aanschouwde,
wat onze God voor ons deed.
Verheerlijkt de Heer, alle landen,
weest blij, verheugt u en zingt.

Zingt voor de Heer bij de citer,
met citer en psalterspel.
Laat schallen trompet en bazuin
en danst voor de Heer, uw Koning!



Uit het heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Marcus 3,22-30.
In die tijd zeiden de schriftge­leerden onver Jezus dat Beelzebul in Hem huisde en dat Hij door middel van de vorst der duivels de duivels uitdreef.
Hij riep hen bij zich en sprak tot hen in gelijkenissen: 'Hoe kan de ene satan de andere uitdrijven?
Wanneer een rijk innerlijk verdeeld is, kan dat rijk geen stand houden.
Wanneer een huis innerlijk verdeeld is, zal dat huis geen stand kunnen houden.
En wanneer de satan opstaat tegen zichzelf en verdeeld is, kan hij geen stand houden, maar is zijn einde gekomen.
Bovendien, niemand kan binnendringen in het huis van een sterke om zijn huisraad te roven, als hij niet eerst die sterke heeft gebonden. Dan pas kan hij zijn huis leeghalen.
Voorwaar, Ik zeg u: alle zonden zullen aan de mensen vergeven worden, ook alle godslasterin­gen die zij uitge­sproken hebben,
maar als iemand lastert tegen de heilige Geest, krijgt hij in eeuwigheid geen vergiffenis; hij is bezwaard met een eeuwig blijvende zonde.'
Dit omdat zij gezegd hadden: 'er huist een onreine geest in Hem.'






 
©Evangelizo.org 2001-2017