"Heer, naar wie zouden we gaan? Gij hebt woorden van eeuwig leven."; Johannes 6,68



Vul Uw e-mail in


Bevestig Uw e-mail

















 
Dinsdag, 24 Januari 2017
Dinsdag in week 3 door het jaar



Uit de brief aan de Hebreeën 10,1-10.
Broeders en zusters, omdat de wet slechts een voorafschaduwing toont van al het goede dat nog komen moet
en daarvan niet de gestalte zelf laat zien, heeft hij ook niet de kracht om degenen die jaar in jaar uit
met steeds dezelfde offers aan de dienst deelnemen ooit tot volmaaktheid te brengen.
Anders zouden die offers allang niet meer gebracht worden; degenen die aan de dienst deelnemen,
zouden immers als ze eenmaal gereinigd zijn geen enkel zondebesef meer hebben. –
Het tegendeel is echter waar: elk jaar worden met dezelfde offers de zonden weer in herinnering geroepen
bloed van stieren en bokken kan mensen onmogelijk van hun zonden bevrijden.
Daarom zegt Christus bij zijn komst in de wereld:
‘Offers en gaven hebt u niet verlangd, maar u hebt mij een lichaam gegeven;
brand- en reinigingsoffers behaagden u niet.’
Toen heb ik gezegd: “Hier ben ik,” want dit staat in de boekrol over mij geschreven:
“Ik ben gekomen, God, om uw wil te doen.”
Eerst zegt hij: ‘Offers en gaven hebt U niet verlangd, brand- en reinigingsoffers behaagden U niet’ –
daarmee bedoelt hij de offers die volgens de wet worden gebracht.
Dan zegt hij: ‘Hier ben ik, ik ben gekomen om uw wil te doen,’
waarmee Hij het eerste opheft om het tweede van kracht te doen zijn.
Op grond van die wil zijn wij voor eens en altijd geheiligd,
door het offer van het lichaam van Jezus Christus.


Psalmen 40(39),2.4ab.7-8a.10.11ab.
Met groot vertrouwen heb ik op de Heer gehoopt
Hij heeft zich tot mij neergebogen,
mijn roep verhoord.
Hij gaf mij een nieuw lied in de mond,
een lofzang voor onze God.

Geschenk en offerande hebt Gij nooit verlangd,
maar wel hebt Gij mijn oren voor uw stem geopend.
Gij vraagt geen brandoffer, geen zoenoffer van mijn;
dus zei ik: ja, ik kom.

In de bijeenkomsten heb ik gerechtigheid gepredikt,
mijn lippen niet gesloten, Heer, Gij weet het.
Ik hield uw weldaden niet in mijn hart verborgen,
uw trouw, uw bijstand maakte ik bekend.




Uit het heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Marcus 3,31-35.
Eens kwamen Jezus' moeder en zijn broeders, en terwijl zij buiten bleven staan,
stuurden ze iemand naar Hem toe om Hem te roepen.
Er zat veel volk om Hem heen, dat het bericht doorgaf: 'Uw moeder en uw broeders daarbuiten vragen naar U.'
Hij gaf hun ten ant­woord: 'Wie is mijn moeder, wie mijn broeders?'
En terwijl Hij zijn blik liet gaan over de mensen die in een kring om Hem heen zaten, zei Hij: 'Ziehier mijn moeder en mijn broeders.
Want mijn broeder en mijn zuster en mijn moeder zijn zij, die de wil van God volbrengen.'






 
©Evangelizo.org 2001-2017