"Heer, naar wie zouden we gaan? Gij hebt woorden van eeuwig leven."; Johannes 6,68



Vul Uw e-mail in


Bevestig Uw e-mail

















 
Donderdag, 26 Januari 2017
HH. Timoteüs en Titus, bisschoppen - Gedachtenis



Uit de 2e brief van de heilige apostel Paulus aan Timoteüs 1,1-8.
Van Paulus, apostel van Christus Jezus door de wil van God, volgens de belofte van het leven dat in Christus Jezus is,
aan Timoteus, zijn geliefd kind. Genade, barmhartig­heid en vrede voor u vanwege God de Vader en onze Heer Christus Jezus!
Het is met dankbaarheid jegens God, die ik, evenals mijn voorouders, met een zuiver geweten
tracht te dienen, dat ik uw naam noem in mijn gebeden, zonder ophouden, dag en nacht.
Als ik denk aan uw tranen, verlang ik vurig u weer te zien, om weer helemaal gelukkig te zijn.
En uw ongeveinsd geloof komt mij voor de geest, dat geloof dat eerst uw grootmoe­der Lois en uw moeder Eunike bezield heeft en nu ook, daarvan ben ik zeker, leeft in u.
Vergeet dus niet het vuur aan te wakkeren van Gods genade die in u is door de oplegging van mijn handen.
Want God heeft ons niet een geest geschonken van vreesachtigheid,
maar een geest van kracht, liefde en bezonnenheid.
Schaam u dus niet van onze Heer te getuigen. Schaam u evenmin voor mij, zijn gevangene.
Draag uw deel in het lijden voor het evangelie, door de kracht van God,


Psalmen 96(95),1-2a.2b-3.7-8a.10.
Zingt voor de Heer een nieuw gezang,
zingt voor de Heer alle landen.
Zingt voor de Heer, prijst zijn Naam.

Verkondigt van dag tot dag dat Hij ons redt.
Meldt aan de naties zijn heerlijkheid,
zijn wonderdaden aan alle volken.

Huldigt de Heer, alle stammen en volken
huldigt de Heer om zijn glorie en macht
Huldigt de Heer om de roem van zijn Naam.
Beeft voor de Heer, alle mensen op aarde.

Zegt tot elkander: de Heer regeert.
Onwrikbaar heeft Hij de aarde geschapen,
de volken bestuurt Hij met billijkheid.




Uit het heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas 10,1-9.
In die tijd wees Jezus tweeënzeventig leerlingen aan en zond hen twee voor twee voor zich uit
naar alle steden en plaatsen, waarheen Hijzelf van plan was te gaan.
Hij sprak tot hen: 'De oogst is groot, maar arbeiders zijn er weinig.
Vraagt daarom de Heer van de oogst arbeiders te sturen om te oogsten.
Gaat dan, maar zie, Ik zend u als lammeren tussen wolven.
Neemt geen beurs mee, geen reiszak, geen schoeisel; en groet niemand onderweg.
Laat in welk huis gij ook binnengaat uw eerste woord zijn: Vrede aan dit huis!
Woont daar een vredelievend mens, dan zal uw vrede op hem rusten; zo niet, dan zal hij op u terugkeren.
Blijft in dat huis en eet en drinkt wat zij u aanbieden; want de arbeider is zijn loon waard.
Gaat niet van het ene huis naar het andere.
In elke stad waar ge binnengaat en ontvangen wordt, eet wat u wordt voorgezet,
geneest de zieken die er zijn en zegt tot hen: Het Rijk Gods is u nabij.






 
©Evangelizo.org 2001-2017