"Heer, naar wie zouden we gaan? Gij hebt woorden van eeuwig leven."; Johannes 6,68






























 
Vrijdag, 27 Januari 2017
Vrijdag in week 3 door het jaar



Uit de brief aan de Hebreeën 10,32-39.
Broeders en zusters, herinner u de dagen van weleer, toen u, door het licht beschenen, in een moeizame worsteling met het lijden hebt standgehouden:
enerzijds kreeg u publiekelijk smaad en beproevingen te verduren, anderzijds was u solidair met hen die hetzelfde moesten doormaken.
U hebt meegeleefd met de gevangenen onder u, en toen u van uw bezittingen beroofd werd,
hebt u dat in vreugde aanvaard, in de wetenschap dat u iets beters bezit, een blijvend bezit voor uzelf.
Leg die onbeschroomdheid dus niet af, u zult er ruim voor worden beloond.
Blijf juist volharden, want als u de wil van God doet, zult u ontvangen wat u beloofd is.
Immers: ‘Nog een heel korte tijd, dan komt Hij die komen zal, Hij blijft niet lang meer weg,
en dan zullen mijn rechtvaardigen leven door hun geloof,’ maar ook: ‘Wie terugdeinst ben ik niet langer welgezind.’
Wij echter behoren niet tot degenen die terugdeinzen en ten onder gaan, maar tot hen die door hun geloof behouden blijven.


Psalmen 37(36),3-4.5-6.23-24.39-40.
Vertrouw op de Heer en doe wat goed is,
dan zult gij veilig uw land bewonen.
Zoek uw geluk bij de Heer,
Hij geeft wat uw hart begeert.

Vertrouw aan de Heer uw levensweg toe,
verlaat u op Hem, Hij zal er voor zorgen.
Uw eerzaamheid zal als de dageraad stralen,
uw recht als de middagzon.

De schreden van de mensen krijgen hun kracht van God,
zijn weg wordt bewaakt door de Heer.
Ook als hij struikelt zal hij niet vallen,
want God ondersteund zijn hand.

Het heil van de vromen komt van de Heer;
Hij is hun toevlucht in tijden van kwelling.
De Heer staat hen bij en bevrijdt hen,
Hij redt die zich tot Hem wenden.




Uit het heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Marcus 4,26-34.
In die tijd zei Jezus tot de menigte: 'Het gaat met het Rijk Gods als met een man die zijn land bezaait;
hij slaapt en staat op, 's nachts en overdag, en onderwijl kiemt het zaad en schiet op, maar hij weet niet hoe.
Uit eigen kracht brengt de aarde vruchten voort, eerst de groene halm, dan de aar, dan het volgroeide graan in de aar.
Zodra de vrucht het toelaat, slaat hij er de sikkel in, want het is tijd voor de oogst.'
En verder: 'Welke vergelijking kunnen we vinden voor het Rijk Gods en in welke gelijkenis zullen we het voorstel­len?
Het lijkt op een mosterdzaadje. Wanneer dat gezaaid wordt in de grond, is het wel het allerkleinste zaadje op aarde;
maar eenmaal gezaaid, schiet het op en wordt groter dan alle tuingewassen,
en het krijgt grote takken, zodat de vogels in zijn schaduw kunnen nestelen.'
In vele dergelijke gelijkenis­sen verkondigde Hij hun zijn leer op de wijze die zij konden verstaan.
Anders dan in gelijkenissen sprak Hij niet tot hen, maar eenmaal met zijn leerlingen alleen, gaf Hij van alles uitleg.






 
©Evangelizo.org 2001-2017