"Heer, naar wie zouden we gaan? Gij hebt woorden van eeuwig leven."; Johannes 6,68






























 
Zaterdag, 28 Januari 2017
Zaterdag in week 3 door het jaar



Uit de brief aan de Hebreeën 11,1-2.8-19.
Broeders en zusters, wat is het geloof? Het geloof legt de grondslag voor alles waarop we hopen,
het overtuigt ons van de waarheid van wat we niet zien.
Om hun geloof werden de mensen uit vroeger tijden geprezen.
Door zijn geloof ging Abraham, toen hij geroepen werd, gehoorzaam op weg
naar een plaats die hij in bezit zou krijgen, en hij ging op weg zonder te weten waarheen.
Door zijn geloof trok hij naar het land dat hem beloofd was maar hem nog niet toebehoorde.
Samen met Isaak en Jakob, mede-erfgenamen van de belofte, woonde hij daar in tenten.
omdat hij uitzag naar een stad met fundamenten, door God zelf ontworpen en gebouwd.
Door haar geloof ontving ook Sara, hoewel ze onvruchtbaar was gebleven
en niet meer in de bloei van haar leven was, de kracht om een kind te verwekken,
en wel omdat ze vertrouwde op degene die de belofte had gedaan.
Zo bracht één man, wiens kracht al gestorven was, zoveel nakomelingen voort
als er sterren aan de hemel staan, ontelbaar als zandkorrels op het strand langs de zee.
Zij allen zijn in geloof gestorven; wat hun beloofd was zagen ze geen werkelijkheid worden,
ze hebben slechts een glimp ervan begroet, en ze zeiden van zichzelf
dat zij op aarde leefden als vreemdelingen en gasten.
Door zo te spreken lieten ze blijken op doorreis te zijn naar een vaderland.
En daarmee bedoelden ze niet het vaderland waaruit ze weggetrokken waren,
anders waren ze daarheen wel teruggekeerd.
Nee, ze keken reikhalzend uit naar een beter vaderland: het hemelse.
Daarom schaamt God zich er niet voor hun God genoemd te worden
en heeft Hij voor hen een stad gereedgemaakt.
Door zijn geloof kon Abraham, toen hij op de proef werd gesteld, Isaak als offer opdragen.
Hij die de beloften had ontvangen, was bereid zijn enige zoon te offeren.
Terwijl er tegen hem gezegd was: ‘Alleen door Isaak zul je nageslacht krijgen,’
zei hij bij zichzelf dat het voor God mogelijk moest zijn iemand uit de dood op te wekken,
en daarom kreeg hij hem ook terug, bij wijze van voorafbeelding.


Uit het heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas 1,68-70.71-72.73-75.
Geprezen zij de Heer, de God van Israël,
omdat Hij omziet naar zijn volk en het bevrijdt.
Een redder heeft Hij ons verwekt
in het geslacht van David, zijn getrouwe.
Zoals Hij reeds van oudsher had verklaard
bij monde van zijn heilige profeten.

Verlossing uit de macht van onze vijanden
en uit de hand van allen die ons haten.
Zo zal Hij onze vaderen barmhartig zijn,
zijn heilige verbond gestand doen;

De eed aan onze vader Abraham gezworen
ons eenmaal te verlenen:
Om aan de greep van vijanden ontrukt
Hem zonder vrees te dienen;
In vroomheid en gerechtigheid
al onze dagen voor zijn aanschijn.




Uit het heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Marcus 4,35-41.
Op een zekere dag tegen het vallen van de avond sprak Jezus tot zijn leerlingen : 'Laten we oversteken.'
Zij stuurden het volk weg en namen Hem mee zoals Hij daar in de boot zat; andere boten begeleidden Hem.
Er stak een hevige storm op en de golven sloegen over de boot, zodat hij al vol liep.
Intussen lag Hij aan de achtersteven op het kussen te slapen.
Ze maakten Hem wakker en zeiden Hem: 'Meester, raakt het U niet dat wij vergaan?'
Hij stond op, richtte zich met een dwin­gend woord tot de wind
en sprak tot het water: 'Zwijg, stil!' De wind ging liggen en het werd volmaakt stil.
Hij sprak tot hen: 'Waarom zijn ge zo bang? Hoe is het mogelijk dat ge nog geen geloof bezit?'
Zij werden door een grote vrees bevangen en vroegen elkaar:
'Wie is hij toch, dat zelfs wind en water Hem gehoorzamen?'






 
©Evangelizo.org 2001-2017