"Heer, naar wie zouden we gaan? Gij hebt woorden van eeuwig leven."; Johannes 6,68






























 
Zondag, 12 Februari 2017
ZESDE ZONDAG DOOR HET JAAR



Lezing uit het boek Jezus Sirach 15,15-20.
Wanneer gij wilt, kunt gij de geboden onderhouden en het is ook verstandig te doen wat Hem behaagt.
Hij heeft vuur en water voor u neergezet: gij kunt uw hand uitstrekken naar wat ge verkiest.
Voor de mensen liggen het leven en de dood, en wat een mens behaagt wordt hem gegeven.
Want groot is de wijsheid van de Heer, zijn macht is geweldig en Hij ziet alles.
Zijn ogen zijn gericht op wie Hem vrezen en iedere daad van de mens is Hem bekend.
Hij heeft niemand bevolen te zondigen en aan niemand verlof gegeven om kwaad te doen.


Psalmen 119(118),1-2.4-5.17-18.33-34.
Gelukkig wie de volmaakte weg gaan
en leven naar de wet van de Heer,
Gelukkig wie zijn richtlijnen volgen,

Hem zoeken met heel hun hart.
Uw regels hebt u gegeven
opdat wij ons eraan houden.

Laat toch mijn wegen recht zijn,
ik wil mij houden aan uw wetten.
Wees goed voor uw dienaar – dan zal ik leven

en mij houden aan uw woord.
Neem de sluier van mijn ogen – dan zal ik zien
hoe wonderlijk mooi uw wet is.

Leer mij, Jahweh, naar uw inzettingen leven, Opdat ik ze ten einde toe onderhoud;
Geef mij begrip om uw wet na te leven,
om hem te volgen met heel mijn hart.



Uit de 1e brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Korinte 2,6-10.
Toch spreken wij onder de volmaakten over wijsheid, maar dat is niet de wijsheid van deze wereld of van de machten die deze wereld beheersen, wier onder­gang op handen is.
Wij verkondigen Gods wijsheid, die verborgen was, het geheime plan, door God van alle eeuwigheid ontworpen en bestemd voor onze verheerlijking.
Geen van de machthebbers van deze wereld heeft ervan geweten. Als zij ervan geweten hadden, zouden zij de Heer der heerlijkheid niet gekruisigd hebben.
Dit zijn de dingen waarvan de Schrift zegt: Geen oog heeft ze gezien, geen oor heeft ze gehoord, geen mens kan het zich voorstellen, al wat God bereid heeft voor die Hem liefheb­ben.
Maar aan ons heeft God het geopenbaard door de Geest. Want de Geest van God door­grondt alles, zelfs de diepste geheimen van God.


Uit het heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs 5,17-37.
In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen : Denkt niet dat Ik gekomen ben om Wet en Profeten op te heffen; Ik ben niet gekomen om op te heffen, maar om de vervulling te brengen.
Want voorwaar, ik zeg u: Eerder nog zullen hemel en aarde vergaan, dan dat een jota of haaltje vergaat uit de Wet, voordat alles geschied is.
Wie dus een van die voorschriften, zelfs het gering­ste, opheft en zo de mensen leert, zal de geringste geacht worden in het Rijk der hemelen, maar wie ze onderhoudt en leert zal groot geacht worden in het Rijk der hemelen.
Ik zeg u: Als uw gerechtigheid die van de schriftge­leerden en Farizeeën niet ver overtreft, zult gij zeker niet binnengaan in het Rijk der hemelen.
Gij hebt ge­hoord, dat tot onze voorou­ders is gezegd: Gij zult niet doden. Wie doodt zal strafbaar zijn voor het gerecht.
Maar Ik zeg u: Al wie ver­toornd is op zijn broeder, zal strafbaar zijn voor het gerecht. En wie tot zijn broeder zegt:
raka, zal strafbaar zijn voor het Sanhedrin, en wie zegt dwaas, zal strafbaar zijn met het vuur van de hel.
Als gij uw gave komt brengen naar het altaar en daar schiet u te binnen dat uw broeder iets tegen u heeft,
laat dan uw gave voor het altaar achter, ga u eerst met uw broeder verzoenen en kom dan terug om uw gave aan te bieden.
Haast u het eens te worden met uw tegenpartij, zolang ge nog met hem onderweg zijt;
anders zou uw tegenpartij u wel eens aan de rechter kunnen overleveren,
en de rechter u aan de gerechtsdienaar, en zoudt gij in de gevangenis worden geworpen.
Voor­waar, Ik zeg u: Ge zult daar niet uitkomen, voordat ge tot de laatste penning hebt betaald.
Gij hebt gehoord, dat er gezegd is: Gij zult geen echtbreuk plegen.
Maar Ik zeg u: Alwie naar een vrouw kijkt om haar te begeren, heeft in zijn hart al echtbreuk met haar gepleegd.
Indien uw rechteroog u aanstoot geeft, ruk het uit en werp het van u weg; want het is beter voor u, dat een van uw lichaamsdelen verloren gaat dan dat heel uw lichaam in de hel wordt geworpen.
En als uw rechterhand u aanstoot geeft, hak ze af en werp ze van u weg, want het is beter voor u, dat een van uw lichaamsde­len verloren gaat dan dat heel uw lichaam in de hel terecht komt.
Ook is er gezegd: Wie zijn vrouw verstoot, moet haar een scheidings­brief geven.
Maar Ik zeg u: Wie zijn vrouw verstoot, behalve in geval van ontucht, brengt haar ertoe echtbreekster te worden; en wie een verstoten vrouw huwt, begaat echtbreuk.
Eveneens hebt gij gehoord, dat tot onze voorouders gezegd is: Gij zult geen valse eed doen, maar gij zult voor de Heer uw eden houden.
Maar Ik zeg u in het geheel niet te zweren; noch bij de hemel, want dat is de troon van God;
noch bij de aarde, want dat is zijn voetbank; noch bij Jeruzalem, want dat is de stad van de grote Koning.
Ook bij uw hoofd moet gij niet zweren, want gij kunt niet een haar wit of zwart maken.
Maar uw ja moet ja zijn en uw neen, neen; en wat daar nog bij komt, is uit den boze.






 
©Evangelizo.org 2001-2017