"Heer, naar wie zouden we gaan? Gij hebt woorden van eeuwig leven."; Johannes 6,68



Vul Uw e-mail in


Bevestig Uw e-mail

















 
Donderdag, 23 Februari 2017
Donderdag in week 7 door het jaar



Lezing uit het boek Jezus Sirach 5,1-8.
Verlaat u niet op uw bezittingen en zeg niet: 'Ik kan mij er wel mee redden.'
Laat u niet meeslepen door uw eigen zin en uw kracht om te wandelen naar de begeerten van uw hart.
Zeg niet: 'Wie zal mij commanderen?' Weet wel: de Heer bestraft dat zwaar.
Zeg niet: 'Ik heb gezondigd, en is mij nu iets overkomen?' Weet wel: de Heer is lankmoedig.
Over de verzoening moet gij niet zo luchthartig zijn, dat gij zonde op zonde gaat stapelen.
Gij moet ook niet zeggen: 'Zijn barmhartigheid is groot; Hij zal mijn vele zonden wel vergeven.' Let wel: er is bij Hem zowel barmhartigheid als toorn, en op de zondaars ligt zijn gramschap.
Blijf niet wachten met uw terugkeer tot de Heer en stel die niet uit, van dag tot dag, want de toorn van de Heer komt plotseling los en in het uur van de bestraffing gaat gij te gronde.
Verlaat u niet op oneerlijk verkregen bezit, want het baat u niets op de dag van de rampspoed.


Psalmen 1,1-2.3.4.6.
Gelukkig de man die weigert te doen,
wat goddelozen hem raden;
die niet de wegen der zondaars gaat,
niet zit te midden der spotters.
maar die zijn geluk vindt in s'Heren wet,
haar dag en nacht overweegt.

Hij is als een boom, aan het water geplant,
die vruchten draagt op zijn tijd;
des zomers verdorren zijn bladeren niet,
maar al wat hij doet brengt hem voorspoed.

De goddelozen vergaat het zo niet:
de wind blaast hen weg als kaf.
De Heer immers let op de weg der gerechten,
de weg van de zondaars loopt dood.




Uit het heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Marcus 9,41-50.
In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen: Als iemand u een beker water te drinken geeft
omdat gij van Christus zijt, voorwaar Ik zeg u: zijn loon zal hem zeker niet ontgaan.
Maar als iemand een van deze kleinen die geloven, aanstoot geeft,
het zou beter voor hem zijn als men hem een molensteen om de hals deed en in zee wierp.
Dreigt uw hand u aanstoot te geven, hak ze af; het is beter voor u verminkt het leven binnen te gaan
dan in het bezit van twee handen in de hel te komen, in het onblusbaar vuur.
Geeft uw voet u aanstoot, hak hem af;
het is beter voor u kreupel het leven binnen te gaan
dan in het bezit van twee voeten in de hel te worden geworpen.
Geeft uw oog u aanstoot, ruk het uit;
het is beter voor u met een oog het Rijk Gods binnen te gaan
dan in het bezit van twee ogen in de hel te worden geworpen,
waar hun worm niet sterft en het vuur niet gedoofd wordt.
Iedereen zal met vuur gezouten worden.
Het zout is iets goeds; maar als het zout zoutloos wordt, waarmee zult ge het dan
zijn smaak hergeven? Hebt zout in uzelf en leeft in vrede met el­kaar.'






 
©Evangelizo.org 2001-2017