"Heer, naar wie zouden we gaan? Gij hebt woorden van eeuwig leven."; Johannes 6,68






























 
Zondag, 26 Februari 2017
ACHTSTE ZONDAG DOOR HET JAAR



Uit profeet Jesaja 49,14-15.
Sion denkt: De Heer heeft mij verlaten, mijn God heeft mij vergeten.
Kan een vrouw haar zuigeling vergeten? Heeft een moeder niet meer te doen met het kind van haar schoot?
En al zou een moeder haar kind vergeten, neen, Ik vergeet u nooit!”


Psalmen 62(61),2-3.6-7.8-9.
Alleen bij God vindt mijn ziel haar rust,
van Hem komt mijn redding.
Hij alleen is mijn rots en mijn redding,
mijn burcht, nooit zal ik wankelen.

Zoek rust, mijn ziel, bij God alleen,
van Hem blijf ik alles verwachten.
Hij alleen is mijn rots en mijn redding,
mijn burcht, ik zal niet wankelen.

Bij God is mijn heil en mijn eer, God is mijn sterkte en mijn stut.
Vertrouw op Hem, mijn volk, te allen tijde,
open voor Hem uw hart,
God is onze schuilplaats.



Uit de 1e brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Korinte 4,1-5.
Broeders en zusters, zo moet men u dus beschouwen: als helpers van Christus, belast met het beheer van Gods geheimen.
Welnu, van een beheerder wordt geeist, dat hij betrouw­baar blijkt.
Mij is echter niets gelegen aan uw oordeel of dat van enige menselijke instantie. Ik oordeel niet eens over mijzelf.
Want al ben ik mij van niets bewust, daarom ga ik nog niet vrijuit. De Heer is het die over mij oordeelt.
Oordeelt dus niet voorbarig, voordat de Heer gekomen is. Hij zal wat in het duister verborgen is aan het licht brengen,
en openbaar maken wat er in de harten omgaat. Dan zal ieder van God de lof ontvangen die hem toekomt.


Uit het heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs 6,24-34.
In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen: Niemand kan twee heren dienen: hij zal de een haten en de ander liefhebben, ofwel de een aanhan­gen en de ander verachten. Gij kunt niet God dienen en de mammon.
Daarom zeg Ik u: Weest niet bezorgd voor uw leven, wat ge zult eten en wat ge zult drinken, en ook niet voor uw lichaam, wat ge zult aantrekken. Is het leven niet meer dan het voedsel en het lichaam niet meer dan de kleding?
Let eens op de vogels in de lucht: ze zaaien niet en maaien niet en verzamelen niet in schuren, maar uw hemelse Vader voedt ze. Zijdt gij dan niet veel meer dan zij?
Trouwens, wie van u is in staat met al zijn tobben aan zijn levensweg een el toe te voegen?
En wat maakt gij u zorgen over kleding? Kijkt naar de lelien in het veld: hoe ze groeien. Ze arbeiden noch spinnen.
Toch zeg Ik u: Zelfs Salomo in al zijn pracht was niet gekleed als een van hen.
Als God nu het veldgewas dat er vandaag nog staat en morgen in de oven wordt geworpen, zo kleedt, hoeveel te meer dan u, kleinge­lovigen?
Maakt u dus geen zorgen over de vraag: wat zullen wij eten of wat zullen wij drinken?
Want dat alles jagen de heidenen na. Uw hemelse Vader weet wel dat gij al deze dingen nodig hebt.
Maar zoekt eerst het Koninkrijk en zijn gerech­tigheid: dan zal dat alles u erbij gegeven worden.
Maakt u dus niet bezorgd voor de dag van morgen, want de dag van morgen zorgt voor zichzelf. Elke dag heeft genoeg aan zijn eigen leed.






 
©Evangelizo.org 2001-2017