"Heer, naar wie zouden we gaan? Gij hebt woorden van eeuwig leven."; Johannes 6,68



Vul Uw e-mail in


Bevestig Uw e-mail

















 
Woensdag, 01 Maart 2017
Aswoensdag



Uit profeet Joël 2,12-18.
Zo spreekt God de Heer: 'Keert tot Mij terug, van ganser harte,
met vasten, met geween en met rouwklacht.
Scheurt uw hart en niet uw kleren, keert terug tot de Heer uw God, want genadig is Hij
en barmhartig, lankmoedig en vol liefde, en Hij heeft spijt over het onheil
Wie weet, keert Hij terug en krijgt Hij spijt en laat dan zegen achter zich,
een meeloffer en een plengoffer voor de Heer, uw God!
Blaast de bazuin op Sion, kondigt een heilige vastentijd af, roept een plechtige bijeenkomst bijeen!
Verzamelt het volk, belegt een heilige bijeenkomst, brengt de oudsten samen
en verzamelt ook de kinderen en de zuigelingen; laat de bruidegom zijn kamer verlaten
en de bruid haar bruidsvertrek.
Laat tussen de voorhal en het altaar de priesters, die de dienst van de Heer verrichten,
wenen en zeggen: Spaar uw volk, Heer, laat niet met uw erfdeel spotten,
laat niet de heidenen het overheersen. Moet men onder de volken zeggen: Waar blijft hun God?
Toen is de Heer voor zijn land opgekomen en heeft Hij zijn volk gespaard.'


Psalmen 51(50),3-4.5-6ab.12-13.14.17.
God, ontferm U over mij in uw barmhartigheid,
delg mijn zondigheid in uw erbarmen.
Was mijn schuld volkomen van mij af,
reinig mij van al mijn zonden.

Ik erken dat ik misdreven heb,
altijd heb ik mijn vergrijp voor ogen.
Jegens U alleen heb ik gezondigd,
wat U tegen staat heb ik gedaan.

Schep in mij een zuiver hart, mijn God,
geef mij weer een vastberaden geest.
Wil mij niet verstoten van uw Aanschijn,
neem uw heilige Geest niet van mij weg.

Geef mij weer de weelde van uw zegen,
maak mij sterk in edelmoedigheid.
Heer, maak Gij mijn lippen los,
dat mijn mond uw lof kan zingen.




Uit de 2e brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Korinte 5,20-21.6,1-2.
Broeders en zusters,, wij zijn gezanten van Christus, God roept u op door ons woord.
Wij smeken u in Christus' naam: laat u met God verzoenen!
Hem die geen zonde heeft gekend, heeft God voor ons tot zonde gemaakt,
opdat wij door Hem Gods eigen heiligheid zouden worden.
Als Gods medewerkers sporen wij u aan: zorg dat ge zijn genade niet tevergeefs ontvangt.
Hij zegt immers: Op de gunstige tijd heb Ik u verhoord, op de dag van het heil
ben Ik u te hulp geko­men. Nu is er die gunstige tijd, vandaag is het de dag van het heil.


Uit het heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs 6,1-6.16-18.
In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen: “Denkt er om: beoefent uw gerechtigheid niet voor het oog van de mensen,
om de aandacht te trekken; anders hebt gij geen recht op loon bij uw Vader, die in de hemel is.
Wanneer gij dus een aalmoes geeft, bazuin het dan niet voor u uit, zoals de huichelaars doen in de synagoge
en op straat, opdat zij door de mensen geprezen worden. Voorwaar, Ik zeg u: Zij hebben hun loon al ontvangen.
Als gij een aalmoes geeft, laat uw linkerhand dan niet weten, wat uw rechter doet,
opdat uw aalmoes in het verborgene blijve en uw Vader, die in het verborgene ziet, zal het u vergel­den.
Wanneer gij bidt, gedraagt u dan niet als de schijnheiligen, die graag in de synagogen en op de hoeken van de straten
staan te bidden om op te vallen bij de mensen; voorwaar Ik zeg u: Zij hebben hun loon al ontvan­gen!
Maar als gij bidt, ga dan in uw binnenkamer, sluit de deur achter u en bidt tot uw Vader
die in het verborge­ne is en uw Vader die in het verborge­ne ziet, zal het u vergelden.
Wanneer gij vast, zet dan geen somber gezicht zoals de schijnheiligen; zij verstrakken hun gezicht
om de mensen te tonen dat zij aan het vasten zijn. Voorwaar, Ik zeg u: Zij hebben hun loon al ontvangen.
Maar als gij vast, zalf dan uw hoofd en was uw gezicht om niet aan de mensen te laten zien,  dat gij vast,
maar vast voor uw Vader, die in het verborgene is en uw Vader, die in het verborgene ziet, zal het u vergelden.”






 
©Evangelizo.org 2001-2017