"Heer, naar wie zouden we gaan? Gij hebt woorden van eeuwig leven."; Johannes 6,68






























 
Zondag, 12 Maart 2017
TWEEDE ZONDAG VAN DE VEERTIGDAGENTIJD



Uit het boek Genesis 12,1-4a.
In die dagen zei God de Heer zei tot Abram: Trek weg uit uw land, uw stam en uit het uw familie, naar het land, dat Ik u zal aanwijzen.
Ik zal een groot volk van u maken. Ik zal u zegenen en uw naam groot maken, zodat hij een zegen zal zijn.
Ik zal zegenen, die u zegenen, maar die u vervloeken, zal Ik vervloeken. Door u zal zegen komen over alle geslachten op aarde.
Toen trok Abram weg, zoals de Heer hem had opgedragen.


Psalmen 33(32),4-5.18-19.20.22.
Oprecht is immer het woord van de Heer,
en al wat Hij doet is betrouwbaar.

Recht en gerechtigheid heeft Hij lief,
de aarde is vol van zijn mildheid.

Maar het is God die zijn dienaars bewaakt,
hen die op zijn gunst vertrouwen,

dat Hij hen redden zal van de dood,
bij hongersnood hen zal voeden.

Daarom vertrouwt ons hart op de Heer,
is Hij ons een schild en een helper.

Geef ons dus, Heer, uw barmhartigheid,
zoals wij op U vertrouwen.




Uit de 2e brief van de heilige apostel Paulus aan Timoteüs 1,8b-10.
Schaam u dus niet van onze Heer te getuigen. Schaam u evenmin voor mij, zijn gevangene.
Draag uw deel in het lijden voor het evangelie, door de kracht van God,
die ons gered heeft en geroepen met een heilige roeping, niet op grond van onze verdiensten,
maar volgens het vrije besluit van zijn genade. Van alle eeuwigheid ons verleend in Christus Jezus,
is zijn genade nu openbaar geworden door de verschijning van onze Heiland, Christus Jezus,
die de dood heeft vernietigd en onvergankelijk leven deed aanlichten door het evangelie.


Uit het heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs 17,1-9.
Zes dagen later nam Jezus Petrus, Jakobus en diens broer Johannes met zich mee en bracht hen boven op een hoge berg, waar zij alleen waren.
Hij werd voor hun ogen van gedaante veranderd: zijn gelaat begon te stralen als de zon en zijn kleed werd glanzend als het licht.
Opeens verschenen hun Mozes en Elia, die zich met Hem onderhielden.
Petrus nam het woord en zei tot Jezus: 'Heer, het is goed dat wij hier zijn. Als Gij wilt zal ik hier drie tenten opslaan, een voor U, een voor Mozes en een voor Elia.'
Nog had hij niet uitge­sproken of een lichtende wolk overschaduwde hen en uit die wolk klonk een stem: 'Dit is mijn Zoon, de Welbemin­de, in wie Ik mijn behagen heb gesteld; luistert naar Hem.'
Op het horen daarvan wierpen de leerlingen zich ter aarde neer, aange­grepen door een hevige vrees.
Maar Jezus kwam naar hen toe, raakte hen aan en zei: 'Staat op en weest niet bang.'
Toen zij hun ogen opsloegen zagen zij niemand meer dan alleen Jezus.
Onder het afdalen van de berg gelastte Jezus hun: 'Spreekt met niemand over wat ge hebt aanschouwd, voordat de Mensen­zoon uit de doden is opgestaan.'






 
©Evangelizo.org 2001-2017