"Heer, naar wie zouden we gaan? Gij hebt woorden van eeuwig leven."; Johannes 6,68






























 
Maandag, 13 Maart 2017
Maandag in week 2 van de Veertigdagentijd



Uit de profeet Daniël 9,4b-10.
Ach Heer, grote en geduchte God, die het verbond gestand doet
en vol erbarmen zijt voor hen, die U liefhebben en uw geboden volbrengen:
Wij hebben gezondigd en kwaad gedaan, wij hebben goddeloos gehandeld
en zijn weerspannig geweest, wij zijn afgeweken van uw geboden en wetten,
wij hebben niet geluisterd naar uw dienaren, de profeten, die in uw Naam gesproken hebben
tot onze koningen, hoogwaardigheidsbekleders, familiehoofden
en tot heel de gezeten bevolking van het land.
Heer, Gij staat in uw recht, maar wij hebben reden om ons te schamen
en we staan nu ook beschaamd, wij, de mannen van Juda, de inwoners van Jeruzalem
en heel Israël, zowel degenen die dichtbij als veraf wonen in de landen
waarheen gij ze verstoten hebt, omdat zij U ontrouw geworden zijn.
Heer, wij moeten ons schamen, wij, onze koningen, onze hoogwaardigheidsbekleders
en onze familiehoofden, omdat wij tegen U gezondigd hebben.
Moge de Heer onze God barmhartig zijn en vergevensgezind,
want wij zijn weerspannig geweest tegen Hem
en wij hebben niet geluisterd naar de Heer onze God en niet geleefd naar de geboden,
die Hij ons door zijn dienaren, de profeten, gegeven heeft.


Psalmen 79(78),8.9.11.13.
Laat ons niet boeten voor vroegere zonden,
kom met uw barmhartigheid ons tegemoet,
want wij zijn maar zwakke mensen.

Ach help ons, God van ons heil, om uw Naam,
bevrijd ons, vergeef onze zonden,
laat niemand zeggen: waar is nu hun God?

Tot U stijge op het gekerm der geboeiden,
bevrijd met uw macht die de dood zijn gewijd.

Maar wij zijn uw volk, Heer, uw eigen kudde,
wij zullen U prijzen in eeuwigheid,
uw lof van geslacht tot geslacht bezingen.




Uit het heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas 6,36-38.
In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen: Weest barmhartig, zoals uw Vader barmhar­tig is.
Oordeelt niet, dan zult ge niet geoordeeld worden; veroordeelt niet, dat zult ge niet veroordeeld worden; spreekt vrij en ge zult vrijgesproken worden.
Geeft, en u zal gegeven worden; een goede, gestamp­te, geschudde en overlopende maat zal men u in de schoot storten. De maat die gij gebruikt, zal men ook voor u gebruiken.'






 
©Evangelizo.org 2001-2017