"Heer, naar wie zouden we gaan? Gij hebt woorden van eeuwig leven."; Johannes 6,68



Vul Uw e-mail in


Bevestig Uw e-mail

















 
Maandag, 20 Maart 2017
H. JOZEF, BRUIDEGOM VAN DE H. MAAGD MARIA - Hoogfeest



Uit het 2e boek Samuël 7,4-5a.12-14a.16.
In die dagen werd het woord van de Heer gericht tot de profeet Natan:
“Zeg aan mijn dienaar David: Zo spreekt de Heer:
Als uw dagen voleind zijn en gij bij uw vaderen rust, zal Ik de nazaat, die gij verwekt, hoog verheffen en zijn koninklijke macht in stand houden.
Hij zal een huis bouwen ter ere van mijn Naam en Ik zal zijn koninklijke troon voor altijd in stand houden.
Ik zal een vader voor hem zijn en hij voor mij een zoon:
Zo zal uw huis en uw koninklijke macht altijd standhouden; uw troon staat vast voor eeuwig.”


Psalmen 89(88),2-3.4-5.27.29.
Uw gunsten, Heer, wil ik bezingen,
uw trouw verkondigen aan elk geslacht.
Gij hebt gezegd; mijn gunst blijft eeuwig duren,
de hemel is de grondslag van mijn trouw.

Ik heb met David een verbond gesloten,
mijn uitverkoren dienaar met een eed beloofd:
Ik zal uw nageslacht in stand houden voor eeuwig,
in alle tijden blijft uw troon bestaan.

Hij zal Mij aanroepen: Gij zijt mijn Vader,
mijn God, de steenrots van mijn heil.
Voor altijd kan hij rekenen op mijn genade,
voor immer blijft mijn bond met hem van kracht



Uit de brief van de heilge apostel Paulus aan de christenen van Rome 4,13.16-18.22.
Broeders en zusters, de belofte aan Abraham en zijn nakomelingen,
dat zij de wereld zouden erven, steunt niet op de wet, maar op de gerechtigheid van het geloof.
Daarom hangt het af van het geloof en dus van de genade, en is de belofte verzekerd
voor heel het nage­slacht, niet alleen voor hen die de wet hebben ontvangen,
maar voor allen die het geloof navolgen van ons aller vader Abraham.
Van hem staat immers geschre­ven: Ik heb u vader gemaakt van vele volken.
Hij is dit voor het aanschijn van God in wie hij heeft geloofd,
die de doden levend maakt en wat niet bestaat in het aanzijn roept.
Tegen alle hoop in heeft hij gehoopt, en geloofd dat hij vader zou worden van vele volken,
gelijk hem gezegd was: Zo talrijk zal uw nageslacht zijn.
Daarom werd het hem als gerechtigheid aangerekend.


Uit het heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs 1,16.18-21.24a.
Jakob was de vader van Jozef, de man van Maria, en uit haar werd geboren Jezus die Christus genoemd wordt.
De geboorte van Jezus Christus vond plaats op deze wijze. Toen zijn moeder Maria
ver­loofd was met Jozef, bleek zij, voor­dat ze gingen samenwo­nen, zwanger van de heilige Geest.
Omdat Jozef, haar man, rechtschapen was en haar niet in opspraak wilde brengen,
dacht hij er over in stilte van haar te scheiden.
Ter­wijl hij dit overwoog, verscheen hem in een droom een engel van de Heer die tot hem sprak:
'Jozef, zoon van David, wees niet bevreesd Maria, uw vrouw, tot u te nemen; het kind in haar schoot is van de heilige Geest.
Zij zal een zoon ter wereld brengen die gij Jezus moet noemen, want Hij zal zijn volk redden uit hun zonden.'
Ontwaakt uit de slaap deed Jozef zoals de engel van de Heer hem bevolen had.






 
©Evangelizo.org 2001-2017