"Heer, naar wie zouden we gaan? Gij hebt woorden van eeuwig leven."; Johannes 6,68



Vul Uw e-mail in


Bevestig Uw e-mail

















 
Dinsdag, 21 Maart 2017
Dinsdag in week 3 van de Veertigdagentijd



Uit de profeet Daniël 3,25.34-43.
In die dagen verrichtte Azarja staande dit gebed:
“Terwille van uw Naam: verstoot ons toch niet voorgoed en verbreek niet uw verbond,
trek uw barmhartigheid niet van ons terug terwille van Abraham, uw vriend,
terwille van Isaak, uw dienaar, en van Israël, uw heilige.
Aan hen hebt Gij beloofd hun nakomelingen even talrijk te maken
als de sterren aan de hemel en de zandkorrels aan het strand der zee.
Maar nu zijn wij, Heer, het kleinste volk geworden van alle volkeren op aarde
en nergens ter wereld hebben wij nog iets te betekenen vanwege onze zonden.
Wij hebben nu geen koning meer, geen profeet, geen leider, geen brand- en slachtoffers,
geen spijsoffers en reukwerk, zelfs geen heilige plaats waar wij U kunnen offeren
om zo uw barmhartigheid te kunnen ervaren.
Maar laat ons bij U gehoor vinden vanwege ons vermorzeld hart en onze ootmoedige geest.
Moge vandaag ons offer bestaan in volmaakte aanhankelijkheid aan U
en moge het U evenzeer behagen als kwamen we met brandoffers van rammen en stieren
en met tienduizenden vette lammeren, want geen smaad treft hen, die op U vertrouwen.
Thans volgen wij U van ganser harte, wij eerbiedigen U en zoeken U.
Laat ons toch niet te schande worden, maar handel met ons
naar uw goedheid en naar uw grote barmhartigheid.
Red ons op uw wonderbare wijze en verheerlijk, Heer, uw Naam.”


Psalmen 25(24),4bc-5ab.6-7bc.8-9.
Toon mij uw wegen, Heer,
En maak mij uw paden bekend;
Wijs mij de weg van uw waarheid en onderricht mij,
want U bent de God die mij redt.

Denk aan uw barmhartigheid, Heer,
aan uw liefde door de eeuwen heen.
maar denk met liefde aan mij.
en laat uw goedheid spreken, Heer.

Goed en rechtvaardig is de Heer,
Hij wijst zondaars de weg,
Wie nederig zijn leidt Hij in het rechte spoor,
Hij leert hun zijn paden te gaan.



Uit het heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs 18,21-35.
In die tijd kwam Petrus naar Jezus toe en sprak: 'Heer, als mijn broeder tegen mij misdoet, hoe dikwijls moet ik hem dan vergeven? Tot zevenmaal toe?'
Jezus antwoordde hem: 'Neen, zeg Ik u, niet tot zevenmaal toe, maar tot zeventigmaal zevenmaal.
Daarom gelijkt het Rijk der hemelen op een koning die rekening en verantwoording wilde vragen aan zijn dienaren.
Toen hij hiermee begon, bracht men iemand bij hem die tiendui­zend talenten schuldig was.
Daar hij niets had om te betalen gaf de heer het bevel hem te verkopen met vrouw en kinderen en al wat hij bezat om zo de schuld te vereffenen.
De dienaar wierp zich voor hem neer en smeekte: Heer, heb geduld met mij en ik zal u alles betalen.
De heer kreeg medelij­den met die dienaar, liet hem gaan en schold hem de geleende som kwijt.
Maar toen die dienaar buiten kwam, trof hij daar een andere dienaar die hem honderd denariën schuldig was; hij greep hem bij de keel en zei: Betaal wat je schuldig bent.
De andere dienaar wierp zich voor hem neer en smeekte: Heb geduld met mij en ik zal u betalen.
Maar hij weigerde en liet hem zelfs in de gevangenis zetten, totdat hij zijn schuld zou hebben betaald.
Toen nu de overige dienaren zagen wat er gebeurd was, waren zij diep verontwaardigd en gingen hun heer alles vertellen.
Daarop liet de heer hem roepen en sprak: Jij lelijke knecht, heel die schuld heb ik je kwijtge­scholden, omdat je mij erom gesmeekt hebt.
Had jij dan ook geen medelijden moeten hebben met je mededienaar, zoals ik met jou medelijden heb gehad?
En in toorn ontstoken leverde zijn heer hem over aan de beulen, totdat hij zijn hele schuld betaald zou hebben.
Zo zal ook mijn hemelse Vader met ieder van u handelen, die niet zijn broeder van harte vergiffenis schenkt.'






 
©Evangelizo.org 2001-2017