"Heer, naar wie zouden we gaan? Gij hebt woorden van eeuwig leven."; Johannes 6,68






























 
Donderdag, 23 Maart 2017
Donderdag in week 3 van de Veertigdagentijd



Uit profeet Jeremia 7,23-28.
Zo spreekt de Heer: “Dit alleen heb Ik hen bevolen: Luistert naar Mij, dan zal Ik uw God zijn en gij zult mijn volk zijn. Volgt de weg die Ik u wijs, dan zal het u goed gaan.
Maar ze hebben niet geluisterd en Mij niet gehoorzaamd. Ze blijven hardnekkig in de boosheid. Hoe langer hoe meer keerden ze zich van Mij af.
Sinds de uittocht van uw voorvaderen uit Egypte, tot heden toe, heb Ik u mijn dienaren de profeten gezonden, telkens weer.
Maar ze hebben niet naar Mij geluisterd en Mij niet gehoorzaamd. Ze bleven hardnekkig, meer nog dan hun voorvaderen.
Zeg hun dat alles, luisteren zullen ze niet, roep het hun toe, antwoorden zullen ze niet.
Dan moet ge tegen hen zeggen: Hier is nu het volk dat niet wil luisteren naar de Heer, zijn God, dat zich niet laat beleren. Weg is de oprechtheid, ze komt niet meer over hun lippen.”


Psalmen 95(94),1-2.6-7.8-9.
Komt, laat ons de Heer met gejubel begroeten,
juichen wij toe de Rots van ons heil.
Laat ons verschijnen voor Hem met een lofzang,
Hem met liederen eren.

Komt, laat ons aanbiddend ter aarde vallen,
neerknielen voor Hem die ons schiep.
Hij is onze God en wij zijn volk,
Hij is de herder en wij zijn kudde.

weest niet halsstarrig als eens in Meriba,
zoals in Massa in de woestijn;
Waar uw vaderen Mij wilden tarten
ofschoon zij mijn daden hadden gezien.



Uit het heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas 11,14-23.
Eens dreef Jezus een duivel uit die stom was. Zodra de duivel was uitgedreven, kon de stomme, weer spreken. De mensen stonden er verbaasd van.
Maar enkelen van hen zeiden: 'Door Beelzebul, de vorst der duivels, drijft Hij de duivels uit.'
Anderen, om Hem op de proef te stellen, verlangen van Hem een teken uit de hemel.
Maar Hij kende hun gedachten en sprak tot hen: 'Elk rijk dat innerlijk verdeeld is, vervalt tot een woeste­nij, het ene huis valt op het andere.
Als nu ook de satan met zichzelf in strijd is, hoe kan zijn rijk dan standhouden? Ge zegt immers, dat ik door Beelzebul de duivels uitdrijf.
Als Ik door Beëlzebul de duivels uitdrijf, door wie drijven uw zonen ze dan uit? Daarom zullen zij uw rechters zijn.
Maar als ik door de vinger Gods de duivels uitdrijf, dan is inderdaad het Rijk Gods tot u gekomen.
Wanneer een sterke, welbewapend, zijn huis en hof bewaakt, is zijn bezit veilig.
Komt er echter iemand die sterker is dan hij en die hem overwint, dan rooft deze zijn volle uitrusting, waarop hij zijn vertrouwen stelde, en verdeelt wat hij bezit als buit.
Wie niet met Mij is, is tegen Mij, en wie niet met Mij bijeenbrengt, drijft uiteen.






 
©Evangelizo.org 2001-2017