DAGELIJKS EVANGELIE


Woensdag, 10 Maart 2010


H. Alfonsus Maria de Liguori, bisschop en kerkleraar (gedachtenis) ,   H. Petrus Julianus Eymard, priester (gedachtenis) ,   H. Makkabeeën (gedachtenis) ,   H. Petrus' banden (gedachtenis)

Lezing uit het boek Prediker 1,2.2,21-23.

Ijdelheid der ijdelheden, zegt de Prediker, Ijdelheid der ijdelheden; alles is ijdel!
Want wie met wijsheid, verstand en beleid heeft gewerkt, Moet het achterlaten aan hem, die er geen moeite voor deed. Ook dat is ijdelheid en een grote ramp.
Wat heeft dan de mens van zijn zwoegen en jagen, Waarmee hij zich afslooft onder de zon?
Want al zijn dagen zijn smart, En louter kwelling is al wat hij doet; Zelfs ‘s nachts komt zijn hart niet tot rust. Ook dat is ijdelheid.


Psalmen 90(89),3-4.5-6.12-13.14.17.

Maar de mensen laat Gij tot stof vergaan, En zegt: Keert er toe terug, gij kinderen der mensen!
Ja, duizend jaren zijn als de dag van gisteren in uw oog, En als een nachtwaak, wanneer ze voorbij is.
Gij laat ze verdwijnen als slaap in de morgen, En als het welig tierende gras,
Dat ‘s morgens opgroeit en bloeit, Maar ‘s avonds verwelkt en verdort.
Leer ons dan zó onze dagen tellen, Dat we er verstandig van harte door worden.
Ach Jahweh, wend U eindelijk toch eens tot ons, En ontferm U over uw dienaars;
Verzadig ons met uw genade, als we nog jong zijn, Opdat we heel ons leven mogen jubelen en juichen.
Moge de goedheid van Jahweh, onzen God, met ons blijven, En het werk onzer handen doen gedijen!


Lezing uit de brief van de apostel Paulus aan de Kolossenzen 3,1-5.9-11.

Zo gij dan met Christus verrezen zijt, zoekt dan ook naar wat hierboven is: waar Christus is, gezeten aan Gods rechterhand.
Weest bedacht op wat daarboven is, en niet op het aardse.
Want gij zijt dood, en uw leven is met Christus verborgen in God.
Maar wanneer Christus, ons leven, wordt geopenbaard, dan zult ook gij geopenbaard worden in glorie, tezamen met Hem.
Doodt dan wat aards is in uw leden: ontucht, onreinheid, drift, boze begeerte en hebzucht, welke ten slotte afgoderij is;
bedriegt elkander niet. Want gij hebt den ouden mens afgelegd met zijn practijken,
en aangetrokken den nieuwen mens, die tot beter inzicht vernieuwd is naar het beeld van zijn Schepper.
Zó is er geen Griek meer of Jood, geen besnedene of onbesnedene, geen barbaar en geen Scyt, geen slaaf en geen vrije; maar Christus is alles in allen.


Heilig Evangelie van Jezus Christus volgens Lucas 12,13-21.

Eens zei iemand uit de menigte tot Hem: Meester, zeg aan mijn broer, dat hij met mij de erfenis deelt.
Maar Hij zeide hem: Man, wie heeft Mij tot rechter of verdeler over u aangesteld?
Toen sprak Hij tot hen: Past op, en wacht u voor allerlei hebzucht; want ook al heeft iemand overvloed, zijn leven is door zijn bezit niet verzekerd.
En Hij zei hun deze gelijkenis: De akker van een rijk man had overvloedige oogst gedragen.
Toen overlegde hij bij zichzelf, en sprak: Wat zal ik doen? Want ik kan mijn vruchten niet bergen.
En hij zeide: Dit zal ik doen. Ik zal mijn schuren afbreken en grotere bouwen, en daar al mijn graan en goed verzamelen.
Dan zal ik tot mijn ziel zeggen: Ziel, ge hebt veel goederen liggen, voor vele jaren; neem uw gemak, eet, drink, maak goede sier.
Maar God sprak tot hem: Dwaas, deze nacht eist men uw ziel van u op; en wat ge verworven hebt, naar wien zal het heengaan?
Zó gaat het hem, die schatten voor zichzelf belegt, maar die niet rijk is voor God.

Bron : Petrus Canisius bijbelvertaling